Terug                                   homepage Linda Groot-Oud        

mail Linda
 

   opblaasbare  Halve Abraham/Sarah / of Baby  hier te huur  
Introductie   
(Hoe het allemaal begon) 
Het begin
Bidprentjes  
Bovenschriften
Familieberichten (gestopt)
Familie's Oud
Familie Out
Familie Groot
Familie van Schagen
Familie Schoenmaker
Familie Heddes
Familie Bijman
Families Slot
Familie Hinke
Familie site"s 
Familie-perikelen
Foto fam Konijn??
Foto's wie herkent ze?
FAMILIEBOEK OUD
Gezocht
Genealogie Hoogland
      4e versie
Hoorn archief
Handig om te weten
Index genealogie
Kwartier Ko Groot
Kwartier Linda Oud
Kwartier Karin Langedijk
Kwartier Elisabeth Vlaar
Kwartier Merel Kenter
Kalendermaanden 
Ongelukken
Priesters uit Spierdijk
Tweeslachtig kind
Een leuke link
Wet (WPB) 
Ned/Engels vertaald
Voorouders volgorde
Vraag en antwoord
Wat is....
Westfriese munten 
Opgelicht 
Landkaarten
 
Halve Abraham/Sarah
 
 
  Terug
onze zoon Stef  (2006-2010)
 
 
 
 

 

 
 

(Alle informatie is overgenomen uit de nieuwsgroep soc.genealgy.benelux en veel meer is daar terug te vinden)


Verwantschappen


Wat betekend L.B.D. ?

Een "lid L.B.D." betekent dat hij lid was van de (plaatselijke)
Luchtbeschermingsdenst. In 1939 werd in iedere gemeente in Nederland een
LBD opgericht in verband met de komende oorlog (waarin men een grote rol
voor het 'luchtwapen' toedichtte - en niet ten onrechte). De LBD bestond
voornamelijk uit vrijwilligers.
Er is kort na de oorlog een boekje verschenen met daarin de belevenissen van een lid van de
Terneuzense L.B.D. Daarin wordt ook de organisatie enigszins uit de doeken
gedaan alsmede het verregaande amateurisme van de hele zooi.


OPCENTEN

Om maar weer eens te bewijzen dat je nooit te oud bent om te leren: In
een akte trof ik de volgende zin aan: "ontvangen voor regt f -,80
tezamen met de 38 opcenten is Een gulden tien en een halve cent".
Ik heb me daar heel lang op blindgestaard, tot het kwartje viel. Met
38 opcenten wordt bedoeld, zo blijkt, 38 centen PER GULDEN, dus over
80 cent is het 30,4 cent afgerond 30,5 cent. En 80 plus 30,5 is f
1,10.5 in plaats van de 80 + 38 = 118 cent waar mijn sommetje steeds
op uitkwam.

uit van Dale:
opcenten: percentsgewijze verhoging van een oorspr. bedrag m.n. van de
rijksbelasting , ten nbate van provincie, gemeente enz.

Realiseer je ook, dat zal iedereen weten, de betekenis van het woord cent:
=honderdste, en dat het woord procent vroeger ook wel als "per cent" werd
genoemd. Letterlijke (halve) vertaling dus. Met deze wetenschap is een en
ander niet zo vreemd als het op het eerste gezicht lijkt.

Uiteraard realiseer ik me, dat ik nu als een Pietje Precies optreed, maar
'cent' betekent niet 'honderdste'! 'Cent' is het Franse woord voor
'honderd'. Het woord 'cent', zoals het (onder meer) in het Nederlands
wordt gebruikt, is de benaming van een klein muntstukje en het woord is
als zodanig afgeleid van (alweer) het Franse woord 'centime', dat
(oorspronkelijk) het honderdste deel van een franc betekent.
(Het is overigens grappig om te merken, dat de Fransen tegen de huidige
eurocent nog altijd 'centime' zeggen, èn dat wij Nederlanders
waarschijnlijk de enigen zijn die 'eurocent' zeggen om de huidige cent te
onderscheiden van de 'oude' cent!)


SLIJKBURGER,  
znw. m. Uit Slijk en Burger. Vroeger te Utrecht: iemand wien
tot wederopzegging het burgerrecht was verleend, op voorwaarde van het
verrichten van zekere reinigingsdiensten. || Boven desen zyn 'er nog
Slykborgers, die ten respecte van seekere diensten borgerschap genieten, tot
wederseggen van den Raad, de welke mogen haar borgerschap niet voort erven,
Utr. Placaatb. 3, 367 a (aº. 1570). Geresolveert dat de Slyckburgers, die 't
anderen tyden het Burgerschap geaccordeert ende gegonst is, op 't
schoonmaacken en reynigen van de bruggen, aefdochten ende andere publique
plaatsen binnen deser Stadt, ende overmits haar quaed devoir dat sy daar
inne waaren doende, by clockluydinge haare verleende burgerschap opgeseyt
es, sullen moegen volstaan in 't winnen van 't voorsz. Burgerschap, met
seven gulden, 3, 269 a (aº. 1603).

Dit komt uit : Het Woordenboek der Nederlandsche Taal.

"Stallaerts Glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en andere
uitdrukkingen uit Vlaamse, Brabantse en Limburgse bronnen ". 1890
kent dat woord niet, maar wel: slijkmijder (= slijkmeier) = werkman bij de
stadsreinigingsdienst, Antwerpen, 1399.
In 1419 was in Kortrijk sprake van een mod(d)ermeier.
In dat naslagwerk wordt geen verband gelegd met burger- of poorterschap.


In het signalement van de Nationale Militie kom ik regelmatig de afkortingen
Pl. en St. tegen bij de lengte.
Weet iemand voor welke lengtematen dit staat?

PL palm en ST streep.
Een palm was 1 decimeter en 1 streep een millimeter


Certificaat Nationale Militie
Van welke datum is de wet die bepaalde dat  El, Palm ,Duim en Streep(?) gelezen moet worden als meter, decimeter en centimeter ?

Bij Koninklijk besluit dd 29-3-1817 werd het wijsgerig stelsel van maten en gewichten ingevoerd.
Men heeft toen besloten oude namen aan de nieuwe eenheden te koppelen
mijl=kilometer; roede=decameter; el=meter palm=decimeter; duim=centimeter; streep=millimeter; bunder=vierkantehectometer of hectare; vat=hectoliter; kan=liter; maatje=deciliter; vingerhoed=centiliter
Voor droge waren waren andere namen van de inhoudsmater in gebruik: 
3 kiloliter=een last; mudde of zak=hectoliter; schepel=decaliter; kop of kan=liter;
Gewichten: pond=kilogram  ons=hectogram  lood=decagram; wigtje=gram; korrel=decigram
De gulden is hetzelfde gebleven maar wordt nu in 100 centen verdeeld.
Bron: Allereerste gronden der cijferkunst door Jacb van Gelder hoogleeraar te Leiden 1824


illegitimus' en 'naturalis'
Kan iemand mij uitleggen wat de pastoor voor ogen heeft om de termen, filius illegitimus of filia illegitima en filius of filia naturalis, te gebruiken. Het gaat hier dus wel om inschrijvingen in eenzelfde periode en van dezelfde
pastoor. Is er eigenlijk een verschil tussen?

Dit staat in 'Het Woordenboek der Nederlandsche Taal' onder het trefwoord 'natuurlijk':
3) Van kinderen in betrekking tot ouders.
a) Eigen, in tegenstelling met aangenomen: aldus in de middeleeuwen, doch later gaandeweg verouderd. Volgens V. LENNEP (in VONDEL 1, 749) nog in zijn jeugd in dien zin bekend, en verg. voor hd. natürlich een voorbeeld uit
ARNDT in Zeitschr. f. d. Wortf. 6, 223. || Dat Christus alleene de eeuwighe natuerlijcke Sone Gods is, Catechismus (aº. 1639), Antw. 33. Naturelijcke loten, VONDEL 1, 749 (hier van eigen kinderen gezegd).
b) Onecht, onwettig (d. i. slechts natuurlijk); van kinderen, en vandaar ook van broeders of zusters. De thans gewone opvatting. || Joncheer Justinus van Nassau natuyrlijcke broeder van Sijn Excie, DUYCK, Journ. 3, 226. Julius,
natuurlijk zoon van Juliaan (de Medicis) hunnen oom ..., vond zich, dat pas, tot Piza, HOOFT, Rampz. 8. Brock, sijnde overleden naerlatende twee naturelijcke kinderen, N. V. REIGERSB., Br. 350. Den vader zal mogen eenen
of meer momboiren ordonneeren voor zyne natuerlyke kinderen en hunne goederen, Cost. v. Brussel 1, 254 (aº. 1657). Don Jan (hare natuyrlijcke Broeder), Holl. Merc. 1666, 12. Zijn dochter (een natuurlijk kind, - hij is
niet gehuwd geweest) aan wie hij zeer gehecht was, stierf, FRUIN 10, 67. Indien de overledene wettelijk erkende natuurlijke kinderen heeft nagelaten, wordt de nalatenschap gebeurd enz., B. W., a. 909.

En dit staat onder het trefwoord: 'onwettig'.
- Inzonderheid van kinderen: buiten wettig huwelijk verwekt of geboren, en als zoodanig niet die rechten bezittende welke aan wettige kinderen zijn toegekend. || Onwettig-geboren ... zyn Speelkinderen ofte Overwonnen Kinderen, DE GROOT, Inl. I, 12, § 4. 't Verschil van wettighe ende onwettige
(kinderen) plag voortijd groot te zijn, alzoo enz., I, 12, § 7. Het kind, hetwelk drie honderd dagen na de ontbinding des huwelijks wordt geboren, is onwettig, B. W., a. 310. Gij zijt de onwettige vrucht eener overspelige liefde, V. LENNEP, Rom. 12, 280. Het scheen, als ick het stuck met oordeel overdagt, Dat my 't onwettig kint stont t' huis te sijn gebragt.

Men zou geneigd zijn te denken dat  'illegitimus' en 'naturalis' kind hetzelfde betekent.
Om aan te tonen welke benamingen kinderen kunnen krijgen, en om Uw vraag in een breder kader te plaatsen, typen we, ter vergelijking met 'illegitimus en naturalis', hierna  een afschrift uit : Boec van de loopender practijken der
Raedtcameren van Brabant; een handschrift van 413 bladen, door Willem Van der Taverijen, raadsheer van het hof van Brabant, voltrokken op 4 febr. 1495 en opgenomen in Stallaerts glossarium.. Benamingen der kinderen ten opzichte van het erfrecht (nom des enfants au point de vue de droit de succession).
Als van der successien der kynderen geheeten descendenten,soe suldy weten datter zijn vive specien ende manieren van kynderen: ennige natuerlijk ende wittich, ende dat zijn die geene die uuyt wittigen huwelijc geboren zijn.
Andere zijn die alleen wittich zijn ende niet natuerlijcke, mitsdijen dat de natuere  van den vader in hen niet gewracht en heeft, ende dat zijn die kynderen adoptijf ende die gearrogeert  zijn. Andere zijn alleene natuerlijcke kynderen, als die geene die geboren zijn van eender concubijnen; ende eer dat kynt natuerlijc oft simpel bastaert geheeten mach wordden, soe behoeven daer iii dingen bijeen te zijn: deen is,
dat vader ende moeder van hem wairen ongebonden ende vrij van gelooften. Ten anderen, dat de moeder een enich boelken was, ende niet onder veele gerekent. Ten derden, dat zij binnen smans huys altijt gehouden was, want
anders en soude zijn niet natuerlijc proprelijc te spreken; ende dit dient wel geweten te zijn van alle princen ende edelen, die veele onreynder boelen ende deernen houden, want de kyndere dairaf comende en zijn properlijc  te
spreken niet sculdich gerechte  natuerlijcke kynderen te heeten. Andere zijn bastaerde, geheeten spurij, die geboren zijn van eender gemeynder vrouwen, ende van eenen onsekeren vader. Andere zijn geboren van eens anders mans wijve ende eenen overspeelder, oft van zijnre nichten, oft moyen, oft van eenen pape, monnick oft minnenbroeder, ende dyergelijcke, ende dese zijn geheeten van verdoempder,
gedampneerder ende onnatuerlijcker gebuerten.

Volgens het kerkelijk recht is een onwettig kind, het kind dat niet is verwekt in of geboren uit een door de Kerk als geldig erkend huwelijk of althans vermeend huwelijk ( d.i. het huwelijk, dat in werkelijkheid nietig is, doch door tenminste één van beide partijen ter goeder trouw als geldig
gesloten wordt beschouwd. Onwettige kinderen zijn ofwel:
a. naturales: kinderen van niet geldig met elkaar gehuwde ouders, wier huwelijk evenwel niet door een ongeldigmakend huwelijksbeletsel onmogelijk werd gemaakt
b. spurii: kinderen van niet geldig met elkaar gehuwde ouders, bij wie zulk een beletsel wèl aanwezig was.
De spurii worden onderverdeeld in: ° adulterini: wanneer het huwelijksbeletsel van bestaande huwelijksband,
° incestuosi: wanneer het beletsel van bloed- of aanverwantschap in de zijlijn,
°nefandi: wanneer het beletsel van bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn aanwezig was,
° sacrilegi: wanneer plechtige kloostergeloften of hoger wijding het sluiten of het verder gebruikmaken van het vroeger gesloten huwelijk verhinderden.

Zo staat (stond) dat in het Kerkelijk wetboek en lazen we dat in de Katholieke Encyclopedie. Amsterdam-Antwerpen, 1953. Moeilijke tekst!
Volgens hetgeen hiervoor staat, zou men kunnen zeggen:
alle natuurlijke kinderen zijn onwettige kinderen, maar niet alle onwettige kinderen zijn natuurlijke kinderen.
In dezelfde encyclopedie lazen we onder trefwoord ' natuurlijke kinderen': zijn kinderen, buiten wettig huwelijk geboren, dus onwettige kinderen.....Alle onwettige kinderen dragen de naam van de moeder. ..... Bij
erkenning krijgt dat kind de naam van de vader.


"De regels voor het vernoemen van kinderen."
Ik denk dat er nog wel verschillen zitten tussen protestanten en katholieken. Katholieken gebruiken meer de zgn. heiligennamen. De volgende regels bestaan daarbij:

1. oudste zoon naar opa van vaders kant
2. tweede zoon naar opa van moeders kant
3. oudste dochter naar oma van moeders kant
4. tweede dochter naar oma van vaders kant
(regels 3 en 4 worden wel eens gewisseld)
5. de volgende zoons en dochters worden meestal naar belangrijke andere familieleden genoemd, zoals ooms of tantes die in het klooster waren getreden.
6. de jongste kinderen zijn vaak naar de ouders zelf genoemd, of naar de beschermheilige van de parochie
7. bij het overlijden van een kind wordt het volgende kind van het zelfde geslacht weer zo genoemd.
8. Het eerste kind uit een tweede huwelijk wordt vaak naar de eerste partner van de ouder genoemd. Geslacht van het kind doet er dan niet toe.
1 en 2 resp. 3 en 4 werden omgedraaid als vader of moeder van de andere kant al was overleden
In de kop van Noord-Holland werd een kind wel eens naar zijn grootvader genoemd, maar dan inclusief de achternaam.
Zo komen er af en toe wel eens twee broers voor waarvan de ene de familienaam van de vader heeft, en de andere van de moeder.


dispensatie voor een huwelijk gesloten in 1899
Inhoud van artikel 86 van het burgelijk wetboek ?

Ik weet niet of de nummering vanaf 1899 hetzelfde is gebleven, maar art. 86 in het BW per 1 juli 1932 de 16e druk, luidt als volgt.

"Een jong man, den vollen ouderdom van achttien, en eene jonge dochter, den vollen ouderdom van zestien jaren niet bereikt hebbende, mogen geen huwelijk aangaan. De Koning kan echter, om gewichtige redenen, dit verbod door het
verleenen van dispensatie opheffen.


Op een akte stond GEKOCHT 44 MORGENS in Noord-Holland. In Amerika is dat 100 acres.
Hoeveel is dat in meters?
lesboek cijferkunst uit 1824 verteld: 1 Rijnlandse morgen = 0,851579780 bunder of hectare
1 morgen is 600 vierkante roeden. De morgen was voor 1817 gebruikelijk. Op 29 maart 1817 werd bij koninklijk besluit het wijsgerig stelsel van maten en gewichten ingevoerd. Oftewel de meter en de kilogram. en 10 delig stelsel ! In het begin gebruikt men nog oude namen voor de nieuwe "kunstmatige" eenheden
bv: mijl = kilometer; decameter(10m) =roede; meter=el; decimeter= palm; centimeter=duim; millimeter= streep
Ook in de nieuwsgroep geeft dit nogal eens verwarring omdat daarvoor dezelfde namen voor andere maten gebruikt werden. en met bv de engelse/amerikaanse duim=inch

(1 hectare is 100 X 100 meter)


Met wat voor eenheden land of grond werd gemeten rond 1680 /1690?
Er zijn veel mogelijkheden, zoals een 'morgen' of een 'bunder'. Het maakt ook nog verschil WAAR het land lag, een Rijnlandse morgen is anders dan een Amsterdamse.


En de "Nederl.Mijlen", 
volgens mijn woordenboek is een mijl 1609 meter.
Was dat het geval in 1867 ???
Het woordenboek is hier niet van toepassing.
We zitten hier in de tijd na Napoleon die het metrieke stelsel had ingevoerd. Wettelijk gezien waren de lengte maat eenheden dus de meter en de daarvan afgeleide maten. Toch werden als reactie tegen deze door een vreemde overheerser opgedrongen wetten de oude namen gebruikt:
Nederlandse mijl = 1 kilometer
el = 1 meter, palm = 10 centimeter, duim = 1 cm, streep = 1 mm deze laatste vier 'maat' eenheden vind je in de huwelijks bijlagen voor het vermelden van de lengte van een dienstplichtige.

De afstand Hintham,  Grave is ong. 12 KM .
Misschien dat daar in 1818 nog een paar KM bij kwam. Dat is te voet af te leggen in ong. 1,5 a 2 uur ipv. bijna 6 uur!. Een el van toen is nu 1 meter dus het moeten destijds 12.000 tot 15.000 ellen zijn geweest.


Proclamaties versus (onder)trouw
In het "trouw-proces" binnen de Hervormde Kerk zijn er een aantal fases te onderscheiden.


Allereerst de inschrijving. Deze word ook wel ondertrouw genoemd. Daarna dient er 3 keer vanaf de kansel / preekstoel een proclamatie, ofwel afkondiging gedaan te worden in de woonplaats van de bruid, de bruidegom en
eventueel ook in de laatste woonplaats van beiden als dat recentelijk was. Dit heeft tot doel dat mensen bezwaar kunnen maken tegen het huwelijk, omdat bijvoorbeeld één van beiden al getrouwd was. Pas NA de derde afkondiging mocht een paar trouwen. Als laatste is er dan de daadwerkelijke trouwdatum.

Bovenstaande is niet verleden tijd, maar dit wordt nog steeds gedaan, hoewel de 3 keer niet meer altijd gehanteerd wordt. Meestal wordt met 2 keer ook al genoegen genomen.

Dit alles heeft tot gevolg dat er vrijwel altijd 3 weken tussen
ondertrouwinschrijving en de daadwerkelijke trouwdatum zit. Veel voorkomend is, dat een aanstaand bruidspaar naar de predikant stapt en zich in laat schrijven (vaak op vrijdag of zaterdag. Reden hiervoor weet ik niet zeker).
De zondag erop wordt het voor de eerste keer meegenomen in de OCHTENDDIENST alwaar het afgekondigd werd. Evenzo werd het tijdens de 2 daaropvolgende OCHTENDDIENSTEN opnieuw afgekondigd. Vaak trouwde men dan tijdens de AVONDDIENST op dezelfde zondag als waarop ook de laatste proclamatie geschiedde.

Aangezien in de Hervormde Kerk het houden van een avonddienst geen gemeengoed meer is, wordt tegenwoordig meestal met 2 proclamaties genoegen genomen.

Dit alles is mijn ervaring binnen de Hervormde Kerk, plus daarbij mijn uitleg van de regels die de Generale Synode daarvoor heeft opgesteld.


De Civiele Rol van Baljuw en Hoogheemraden 

De civiele rol maakt onderdeel uit van de procesgang. In de plaats waar je dit bent tegengekomen is de rechtspraak voorbehouden aan de baljuw en de hoogheemraden. Zij spreken recht, in dit geval in civiele zaken. Civiele
zaken zijn vooral zaken die spelen tussen burgers onderling. Soms worden op de civiele rol (zeg maar de notulen van de rechtszaken) ook kleine strafrechtelijke zaken gevonden. Dat zijn dan minder zware vergrijpen waar een lage boete als straf op stond.

De civiele rol, staan de protokole in van civiele processen, dus van alle processen die niet crimineel zijn. De processen kunnen gaan over geldvorderingen, huurzaken enz. Een proces komt op de rol, het begin van een proces, vervolgens vordert de advocaat bijvoorbeeld, dat er een reactie van de tegenpartij moet komen [ volgende inschrijving enz ]
Het kan dus zijn, dat een proces degelijk gevoerd is en kun je gegevens aantreffen in civiele processtukken en het kan zijn, dat er een comparitie [ men is dus onderling iets overeengekomen en het proces vindt niet zijn voortgang] is gekomen en het proces beëindigd is. Je kunt er soms veel genealogische gegevens in aantreffen indien er bv condenverhoren zijn geweest dit betekent getuigenverklaringen. Hierbij treft je vaak de persoon met zijn leeftijd aan en soms ook waar hij woont.

Een baljuw is: Het is een zgn landdrossaard. Dit is een rechtelijk ambtenaar die tesamen met schepenen vergaderde of rechtsprak; hogere en lage jurisdictie. Zowel civiel als strafrechtelijk.


Algemeen Protocol

Het algemeen protocol is een serie registers, waarin akten vermeld staan die opgemaakt zijn bij de schepenbank. Het is een ALGEMEEN protocol omdat het diverse soorten akten bevat. Je vindt zo'n algemeen protocol dus in het archief van de schepenbank, vaak het oud-rechterlijk archief genoemd. Door deze naam lijkt het alsof er alleen zaken in dit archief te vinden zijn die met een gerechtelijke procedure te maken hebben. Dat is niet waar. De schepenbank had zeer veel
functies, waaronder een functie die te vergelijken is met die van de notaris. In het algemeen protocol vind je dan ook vaak testamenten, verklaringen, overeenkomsten, inventarissen, transporten, etc.

De vermelding van een persoon in het algemeen protocol zegt dus op zich nog niets. Hij zal gekoppeld zijn aan een bepaalde akte en het is van belang om te weten waar die akte over gaat.


Heilige Geestmeester

Een Heilige Geestmeester beheerde de kas van de Tafel van de Heilige Geest, de kerkelijke parochiele instelling die zorg droeg voor de armenzorg. Transportaktes zijn over het algemeen terug te vinden in de schepenprotocollen in het Oud Rechterlijk archief van de plaats.
Ter aanvulling: Dit is dus een typisch katholieke instelling, de tegenhanger van de diaconie bij de Hervormden zo'n beetje.

Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Mijn voorouders waren zo hervormd als wat. Een aantal waren ook Heilige Geestmeesters in Sprang en in Capelle.  Heilige Geestmeester had in die periode  (17e eeuw) m.i niet veel met religie of kerkbestuur  te maken maar was meer een bestuurlijke functie voor  de armenzorg. Ik ben geen exptert op dit
gebied, maar wellicht kan iemand dit ook bevestigen (of ontkennen)

Eed voor den arm- off h.geestmeester van Oerle (1786)

     Ik beloove en sweere dat ik den armen en derzelver goederen wel en getrouwelyk zal reegeren en administreeren en ook niemant van den armen iets merkelyks te distribueeren dan met consent van heere regenten, dat hy geene vaste goederen of capitalen den armen competeerende sal verkopen, verhuuren en belasten of veralieneeren dan na alvorens consent en authorisatie van heren scheepenen of
regenten geobtineert te hebben. Dat ik alle en een ygelyk sonder eenige gunste sal uytdeelen so als haren noot is vereysende ende gelegentheid der arme kasse lyden kan, als meede dat ik van mynen ontfangst en uytgaeff behoorlyke rekening, bewys ende reliqua sal doen ende verders
alles doen hetgeen een goet en getrouw armmeester schuldig is ende gehouden te doen. Soo waerlyk helpt my God almagtigh.

     Bron: SRE AA Oerle 9 sf 1786

Al het voorgaande is waar en niet waar...

De Tafel van de Heilige Geest was van oorsprong wel degelijk een katholieke instelling. Echter, na de reformatie mag officieel een katholieke instelling als deze niet meer bestaan. Daarom worden de tafels omgedoopt tot de
armentafel, de grote armen of zo. De Heilige Geestmeester heet vanaf dat moment armmeester. Vanaf dat moment is het kerkelijke karakter er vanaf.

Omdat openbare functies na de reformatie eigenlijk alleen nog maar door protestantse mensen uitgeoefend mochten worden, zie je dus dat protestanten armmeester worden.

De in kerkelijke zin was de diakonie van de protestanten wel degelijk de tegenhanger van de Heilige Geest. Alleen kon de diakonie zijn naam en functie behouden. De Heilige Geest verloor dus dat kerkelijke karakter.

Ter compensatie hiervan zie je in latere tijden de oprichting van Vincentiusverenigingen etc. Ook het burgerlijk armbestuur is een opvolger.
Alleen is dit orgaan, let op de naam, helemaal niet kerkelijk meer.

Ik mis hier ook nog wat nuance.

De tafel van de heilige geest was wel degelijk ook een wereldlijke instelling. De armmeesters of heilige geestmeesters maakten deel uit van het dorpsbestuur en gingen gezamenlijk verplichtingen, b.v. leningen,
aan. Ze waren betrokken bij beslissingen over gewichtige
dorpsaangelegen. De rekeningen van de armen werden door schepenen gehoord. In het verlengde hiervan gaven de schepenen (en niet de kerken) borg- of ontlastbrieven uit van inwoners die naar andere dorpen vertrokken. Als ze tot armoede zouden vervallen, zouden ze ten laste komen van de armen van het dorp van vertrek. Schepenen beslisten
ook(later zelfs het departementaal bestuur) over het afstoten van armengoederen. De kerk had daar niets mee te maken. Dit gold overigens ook voor de kerkfabrieken of kerkmeesters, ook dit was in beginsel een wereldlijke functie. Dit laat onverlet dat pastoors en later predikanten wel invloed probeerden uit te oefenen op wie in een dergelijke functie
werd gekozen. Bij de kerken speelt verder nog dat de kerktoren (de hoofdtoren, dus niet de vieringtorens)eigendom waren van de wereldlijke gemeenten. Het schip, beuken, koor e.d. kon daarentegen van een abdij zijn.

De naam H geestmeester blijft na de reformatie in Brabant bestaan( zie b.v. inventaris Oisterwijk). Wel was het zo dat het reglement op de politieke reformatie in 1660 katholieken in beginsel uitsloot van overheidsfuncties. In grotere plaatsen met voldoende protestantse bestuurders zal de naam armmeesters wellicht eerder ingeburgerd zijn, dan in die plaatsen waar 'bij gebrek aan beter' katholieken ingeschakeld
moesten worden bij het bestuur. In de loop van de 18e eeuw verdwijnt de term H geestmeesters naar de achtergrond.

Dit soort rekeningen is overigens een ondergewaardeerde bron: te lezen of voorouders besteed of besteed of bedeeld werden, werpt weer eens andere blik op de familie. 

Het burgerlijk armenbestuur was inderdaad opvolger. De kerkelijke Vincentiusverenigingen zullen eerder een reactie zijn op het opbloeiende katholicisme/reactie op ontstaan socialisme e.d. in de 19e eeuw(ze ontstonden vanaf 1846).Ze was volgens Franssen (Bossche arbeider in de 2ehelft van de 19e eeuw, blz 424 e.v.) niet zozeer op de echter armen,
de paupers, gericht, maar op het ondersteunen van handwerks- en ambachtslieden in tijden van nood (ziekte e.d.) In protestantse kringen was de aan het lidmaatschap gekoppelde bedeling een zelfde manier om de kudde te behoeden, voor het kwaad van de wereld. Als je niet spoorde met de klub werd je gecensureerd en dat betekende niet alleen uitsluiting van avondmaal, maar kon ook inkomensgevolgen hebben.

Het wereldlijk armenbestuur kampte in de 19e eeuw ook vaak met grote financiële problemen. Deels zullen die een gevolg zijn van het gedwongen omzetten van particuliere obligaties (de gewone belegging van armengelden) in staats obligaties in het begin van de 19e eeuw. Welke staatsobligaties later 'gesaneerd' werden, waardoor men slechts een deel van de waarde terugkreeg.


Wat is; zinkings-koortsen

Het "Modern Woordenboek en Populair-wetenschappelijke Encyclopaedie"uit 1931
zegt:

zinking v. (-en)
1. Veroud. ook mv. (-s) [waarbij volgens vroegere begrippen, kwade vochten
naar een lichaamsdeel trekken] verkoudheid.
2. Z. N. laagte
3. Z. N. het zinken, begrafenis.


Geboren in een vliegtuig !!

Heeft een geboorte plaats tijdens een rivierreis, dan geschiedt de geboorteaangifte gewoon in de gemeente, waar de geboorte heeft plaats gehad, al zal deze gemeente naderhand niet altijd even gemakkelijk zijn aan te wijzen.
Geschiedt een geboorte op zee, dan moet de gezagvoerder binnen 24 uur in tegenwoordigheid van de vader (als die zich op het schip bevindt) en van twee getuigen een geboorteakte in het dagregister inschrijven. Via aangegeven kanalen komt een uittreksel van deze akte in het bezit van het Ministerie van Defensie, die het uittreksel legaliseert en het ter inschrijving in het lopende geboorteregister aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand zendt van de woonplaats van de vader en het kind of van de moeder, als het een onwettig kind betreft. Wanneer een dergelijke woonplaats in Nederland niet bekend is, dan geschiedt de inschrijving in ´s-Gravenhage.
Voor geboorten in auto´s, vliegtuigen en treinen geeft de wet geen aparte bepalingen. Men neemt wel aan, dat men t.a.v. auto´s entreinen als bij rivierreizen en t.a.v. vliegtuigen als bij zeereizen zal moeten handelen. De genealoog zal het weinig tegenkomen!

In het cursusboek van het CBG  (Genealogie, van stamboom tot familiegeschiedenis) staat nog de volgende alinea:
Voor de geboorte tijdens een rivierreis geldt als regel dat de aangifte geschiedt in de eerste gemeente waar het schip aanlegt. (Hetzelfde geldt voor een geboorte in een auto, trein of vliegtuig).
----
"Art. 19a . - 1. In geval van geboorte op Nederlands grondgebied in een rijdend voertuig of op een varend schip of tijdens een binnenlandse luchtreis met een luchtvaartuig, wordt de akte van geboorte opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar dat kind het voertuig, het schip of het luchtvaartuig verlaat, dan wel waar het schip ligplaats kiest.
Die gemeente geldt als gemeente waar het kind is geboren.
- 2. In geval van geboorte tijdens een zeereis met een in Nederland geregistreerd vaartuig, dan wel tijdens een internationale luchtreis met een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig, is de gezagvoerder van het vaartuig of het luchtvaartuig verplicht een voorlopige akte van geboorte binnen vierentwintig uur in het journaal in te schrijven in tegenwoordigheid van twee getuigen en zo mogelijk van de vader. De gezagvoerder zendt een afschrift van die
akte zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage. Deze maakt de akte van geboorte op aan de hand van het ontvangen afschrift, met dien verstande dat hij gegevens die ontbreken of hem blijken onjuist te zijn, zoveel mogelijk aanvult of verbetert. Aan de personen op wie de akte betrekking heeft, wordt een uittreksel van de akte toegezonden."

De geboortplaats zal m.i., analoog aan het op zee geboren kind, iets in de trant van 'aan boord van de .......... (naam van het vliegtuig; KLM-vliegtuigen hebben een naam?)' zijn. De plaats van een Nederlandse gemeente geldt alleen als het kind binnen Nederland wordt geboten; dan geldt de plaats waar het kind 'van boord gaat', danwel b.v. bij een schip 'aanlegt'.


Hoe lang is een voet uit 1781?
Uit WNT. Achtereenvolgende trefwoorden: streep, duim, voet Streep:
4) Als lengtemaat: het tiende deel van een centimeter of duim, millimeter.
Thans niet gewoon. || De Centi-meeter ... bedraagt byna vier Rhynlandsche lynen en 6 tiende gedeelten: en de Milli-meeter of Streep iets minder dan eene halve lyn, V. SWINDEN, Maaten en Gew. § 186. Het tiende gedeelte van
den Meter zal genoemd worden Palm. het honderdste gedeelte Duim, en het duizendste gedeelte Streep, Publ. Alg. Belast. 4, 42 (aº. 1809). Bij het leggen der spoorstaven wordt voor de uitzetting van het ijzer aangegeven,
wanneer zulks in den winter geschiedt, dat de uiteinden vier strepen van elkander verwijderd blijven, PIJTAK, Bouwk. Wdb. 122. Millimeter of streep, Wet v. 7 April 1869 (Stbl. 57), a. 3. De maaswijdte van dit vischtuig is in Drenthe 25 Nederl. strepen. Dat is dus 12.5 Nederl. streep voor elke zijde van de vierkante maas, HOEK, Vischt. 3, 5.

Duim:
3) Lengtemaat, die de breedte van een duim voorstelt. Een duim is een tiende, elfde of twaalfde deel van een voet, al naar gelang van de plaatselijke standaarden. || Eenen voet is 11 duymen. Een palme wordt genomen op 4 duymen, Cost. v. Brussel 1, 409 (aº. 1570). Als 't schip geenen
duim boords booven waater had, HOOFT, N. H., Opdr. II. Niet anders, dan ofse duisentmael daer geweest waren ende alles met voeten hadden bewandelt, ja met duymen afghemeten, SPRANKHUISEN 1, 14 b. Steene kogels van 10 duijm diameter, Daghreg. Bat. 1, 158. Daer (en was) niemandt die wou gaen, hoewel ick twee duymen tabacq beloofde aen dengeenen die gaen wou, V. RIEBEEK,
Dagverh. 3, 495. Voorts leyt de sluys heel viercandt, doch onder den dick is ontrent negen duym gesackt, V. D. GOES, Briefw. 2, 148. Kolommen ..., die, met de Basementen en Kapiteelen, zesendertig voet en vyf duim hoog zyn,
WAGEN., Amst. 2, 7 a. Och, die geburen! Als ze eenen duim breed weten, gaan ze wel voor eene el lang rondbrieven! CONSC. 2, 168 b. Uw barbier hangt u
telken morgen verschrikkelijker tafereelen op van de duimen dik, die het in de stadsgrachten gevroren heeft, BEETS, C. O. 220. 1 Engelsche duim = 2,54 cM., VERDAM, Machin. 608.en
Voet:
I) Als lengtemaat.
1) Als maateenheid. Lengtemaat van wisselende grootte, in hoofdzaak schommelend tusschen ca. 25 en 32 cm, verdeeld in 10, 11 of 12 duimen, en gesteld op 4 palm en 1/12, 1/13 of 1/14 van een roede. Zie voor nadere bijzonderheden, behalve de aanh. hierna, V. SWINDEN, Verg.-tafels 15 volg., en W. C. H. STARING, Maten, Gew. & Munten4 73 volg. a) Zuiver als maat. || Cubitus, ses palmi anderhalf voet, DASYP. X viij rº b
[1546]. Den kleynen voet der timmerlieden. Le petit pied des charpentiers. Modulus, PLANT. Qq 2 vº b [1573]. Voet. Is ... eene Maat, zynde eene halve el lang, en wordt in Duimen, gelyk deesen in Linien verdeeld, BUYS, Wdb. v.
K. en W. [1778]. Voet (pes), de afstand van den elleboog tot het begin der hand of 12 duimen, V. HALL, Beg. d. Plantk. 119 [1836]. Voet (Pes), eene vroeger ook in Nederland gebruikelijke lengtemaat: de Rijnlandsche = 0,3139, de Amsterdamsche = 0,2831 Ned. el, C. DE JONG, Handwdb. [1868]. - Dat Hertoogh Ian ... dede meten Die stede van Ghendt: en vvas ommegaens
ghemeten, Dry duust zes hondert en acht en neghentich Roen: Elcke Roe van veertien voeten, V. VAERNEWIJCK, Vl. Audtvr. B viii vº [1526]. De maten vanden voeten, ende hoe veel duymen dat elcken voet hout inde plaetsen hier
nae beschreuen, verleken op den voet van Ghend, Dr., n. en l. Maten D iij vº [± 1550]. Ende ghelijck dat in vele landen ... diuersche superficiale maten zijn, alzoo zijn oock alomme differente Metroeden ende voeten, differerende
zo wel inde menichte van voeten, als inde linghde van dien, DE BUCK, Coopl. Handtb. 72 [1581]. Een Voet bestaet in vier Palmen des Handts, SPRANKHUISEN
1, 79 b [1634]. Een roede houdt 12 voeten Rynlandsche maat, N.-I. Plakaatb.
7, 790 [1764]. De Voet is, naar het schijnt, de Grondmaat, of voorname éénheid der Lengtematen, en zeer verschillende naar de plaatsen, V. SWINDEN,
Vergelijkings-tafels (ed. RENTENAAR) 15 [1812]. De Amsterdamsche Voet, die gemeenlijk bij de Kastenmakers en in den Scheepsbouw gebruikt wordt: dezelve
is om, 28313, 101. 1 Engelsche voet = 30,479 cM., VERDAM, Gids v. Machin. 608 [1892].


Gekopieerd uit 'Het Woordenboek van de Nederlandsche Taal' onder trefwoord
"mitsgaders":

MITSGADERS, bijwoordelijke uitdrukking, met -s gevormd uit het bijw. (te)gader, voorafgegaan door Mits als voorz., in den zin van met: de oudere taal kent ook metgaders en metgader (zie VERDAM 4, 1516). Verg. uitdrukkingen als
hd. mitbei, -hin, -unter (zie D. Wtb.). Daarbij nog, bovendien. Thans in de levende taal verouderd. || Int bedinghen vander saecken ... salmen volghen den treyn van procederen vanden Stadthuyse van Antwerpen, midtsgaders int tauxeren, Cost. v. Antw. 2, 34. Soo doodde hy alle sijne broederen met den sweerde: mitsgaders oock eenige van de Vorsten Israëls, 2 Chron. 21, 4. De Vorst, met sommige van zyn ... Raaden, mitsgaders de Rechter, en Amptman van
de plaatse, V. HEEMSKERK, Arc. 59. Kregen oock veel schoone Warmoes-kruyden, benevens ... Radijs en Water-Limoenen, mitsgaders andere gewassen, SCHOUTEN, Voyagie 1, 6. Een Wambais, met afhangende losse Slippen, ... mitsgaders een kort gestreept Hemdrok, BERKHEY, N. H. 3, 578. Zijne ... weduwe, zelve zwak,
mitsgaders door zorg en arbeid boven hare krachten gekrenkt, V. ALPHEN 2, 309. Een man, die zich in de huislijke mitsgaders menschenwaereld zoo verdienstelijk heeft gemaakt, Schoolm. 80.
In van Dale staat het nog eenvoudiger: mitsgaders = alsook, benevens


Register Civique

"Register" = een Nederlands zelfstandig naamwoord.
"civique" = Frans bijvoeglijke naamwoord en betekent "burgerlijk".
Er staat dus: burgerlijk register.
De registers van de burgerlijke stand (= régistres de l' état civil) werden, volgens 'Het Woordenboek van de Nederlandsche Taal" ook wel eens "burgerlijke registers" genoemd.
In de tweede alinea van  bijgevoegde uittreksel uit dat woordenboek kunt U lezen wat een 'burgerlijk register' inhoudt.
Indien de inhoud van "Uw" register aan die beschrijving voldoet dan heeft U meteen een antwoord op Uw vraag.
Indien de inhoud van Uw register aan die beschrijving niet voldoet, dan is het een ander soort register. Maar welk? Dan zoudt U zelf het best kunnen bepalen.
 
TREFWOORD: register.
— In het bijz.: boek enz. waarin aanteekening gehouden wordt omtrent geboorten, huwelijken en sterfgevallen. Oorspr. werden zulke registers door de kerkelijke autoriteiten gehouden, naderhand ook door het wereldlijk bestuur. || Wy belasten ... de Wethouderen, aen de Pastooren van hunne Prochien ontrent het eynde van elck jaer eenen Register in 't witte te besorgen die genoegsaem dick zy om alle de Doopen, Dooden ende Houwelycken van een jaer te behouden, Vl. Placcaertb. 5, 1101 [1754]. Het overlyden van een of meerder deezer kettingboeven moet almeede worden gestaafd door schriftelyke bewyzen van den opper-chirurgyn en baastimmerman en voorts behoorlyk aanteekening gehouden by het daar van loopende register, N.-I. Plakaatb. 12, 826 [1798]. Er bestaan in iedere gemeente registers van geboorten, van huwelijks-aangiften en afkondigingen, van huwelijken en echtscheidingen, en van overlijden, B.W., a. 13 [1837]. Reziester va' geborten; reziester van overlijdens; reziester van hauwelijken, TEIRL. [1922]. Amper twee, drie genoodigden ... vergezelden bruid en bruidegom naar een soort gestoelte in een zijbeuk, waar de priester zat te wachten, met register en pen, TOUSS. V. BOELAERE, Barcelon. Reisindr.2 31 [1929]. Verscheidene predikanten gaven valse doopbewijzen af of „knoeiden” in kaartsysteem of register, KLEYN, in Onderdr. en Verzet 2, 401 [1950].
Registers van den burgerlijken stand, openbare registers waarin aanteekening gehouden wordt omtrent geboorten, huwelijken (echtscheidingen) en sterfgevallen. Oorspr. naar het fr. régistres de l'état civil. Soms ook burgerlijke registers genoemd. || Alle Ingezetenen, welke, gedurende de eerste dagen na de gelukkige verandering van zaken hier te Lande, mogten hebben verzuimd de vereischte aangiften wegens Geboorten, Sterfgevallen enz. in de Registers van den Burgerlijken Stand te doen, zullen als nog ... die aangiften kunnen verrigten, Besl. v. 16 Febr. 1814 (Stbl. 26), a. 1. De ... uittreksels der burgerlijke registers, LOVELING, D. E. 79 [1891]. De registers van den burgerlijken stand, boeken waarin bij den burgerlijken stand de geborenen, overledenen en gehuwden worden opgeschreven, V. DALE [1898]. Registers van den Burgerlijken Stand zijn in Nederland registers, waarin worden aangeteekend de feiten, die van invloed zijn op den staat der personen, V. D. KAMP, in Kath. Encyclop. 20, 496 [1937]. Veldwachter Billeman had dezen naam ... in de registers van den burgerlijken stand opgespoord, CLARE LENNART, Tooverl. 22 [1937].

Sint Martini

In 2 notariële actes (1876 en 1893) inzake de aan- en verkoop van een stuk land, eerst zonder en later met behuizing, kom ik de volgende (betaal) data tegen (te betalen door de beklemde meijer): 
"...tien gulden jaarlijks voor het eerst Martini 1877..."
"... de meijers zullen voortaan voor het gebruik van gemeld land aan hunnen eigenaar jaarlijks op Sint Martini, voor de eerste maal op Sint Martini 1877 tot eene vaste huur moeten betalen eene som van tien gulden..." "... doende jaarlijks op Martini tot vaste huur de som van tien gulden..."
Nu veronderstel ik als Noorderling dat hier de datum 11 november mee wordt bedoeld, want 11 november is toch de dag van o.a. Sint Martinus en juffrouw Kikkerbil? Klopt dit of heb ik het helemaal mis?

Een reactie uit de groep was:
Beste vrinden,
Jullie laten het wel afweten. Martini was één van de belangrijke dagen in het boerenleven, net zoals b.v. Jan Baptist op 24/6. Op deze data vervielen renten en cijnzen, werd nieuw personeel aangenomen e.d. Ga eens na wat je zelf aan dergelijke data hebt! Misschien zit er wel een patroon in!


Wie kan mij uitleggen wat "octrooi om te testeren" inhoudt?
toestemming om een testament te mogen maken???
Dit octrooi was o.m. van toepassing in Utrecht (provincie). Tot 1811 was toestemming nodig van het Hof van Utrecht. In de beschikking werd ook aangegeven door welke notaris de aanvraag was gedaan (vrijwel altijd dezelfde waarvoor kort daarna ook het testament zou passeren).


Verpondingscohieren
Indien men "verpondingscohieren" mag gelijkstellen met "cijnsregisters" dan zou dit een antwoord kunnen bieden op Uw tweede en derde vraag. Cijnsgoederen, cijnslanden, waren landen die de lijfeigenen eertijds voor hun meester bebouwden en die hen bij de afschaffing van de slaverij, toen zij de vrijheid verkregen, door de landheer ten eeuwige dage in eigendom
werden afgestaan, tegen  het betalen van een jaarlijkse vaste rente of cijns. Daar weinig geld in omloop was, werd de cijns betaald in vruchten, kapoenen, hennen, eieren. Deze levering werd later veelal in geldwaarden omgezet.
Het cijnsrecht was en bleef aan de grond gehecht. Bij verkoop ging de cijns over naar de nieuwe bezitter, zodat en de cijns en de betalingsdag in de koopakte steeds moesten worden vermeld.
Ieder cijnsgoed vormde een geheel. Elke verandering (Evers-Schenk?) hetzij bij verkoop, hetzij bij verdeling onder erfgenamen, moest, om geldig te zijn, bij de overdracht of de in bezitneming, in het cijnsboek worden ingeschreven en overeenstemmen met de oorspronkelijke cijns van het oude
stokgoed. Antwoord op vraag 2 zou dan zijn: Evers / Schenck betalen aan de grondheer. Antwoord op vraag 3 zou dan vervat zijn in bovenstaande uitleg.

Het 'Middelnederlandsch Woordenboek' Verwijs-Verdam schrijft van verponding: de schatting in ponden; ook de herziening der in ponden berekende schatting. In 'Glossarium van oude Nederlandse rechtstermen' door drs.M. van Hattum en
drs. H. Rooseboom, ( een uitgave van de huisdrukkerij Universiteit Amsterdam 1977) staat qua 'verpondingen' een verwijzing naar een Rooms-Hollands recht (1686) van Simon v. Leeuwen. Maar beide verkaringen maken het een leek niet duidelijk of een 'verpondingscohier' hetzelfde is als een 'cijnsregister'.


Wat is een Warmoezenier?

Warmoes = Groente
Warmoezenier= Groentekweker

Uit: "Het Woordenboek der Nederlandsche Taal".
Trefwoorden: Warmoezenier  en  Warmoezier.

WARMOEZENIER, znw. m. mv. -s. Van warmoes met het uit  -ier ontstanesecundaire suffix -enier (vgl. hiervoor  SCHÖNFELD 216 [1970] en Dl. VI,1378). Vgl. ook WARMOEZIER.) Persoon die groenten teelt en/of verkoopt. Thans vrijwel veroud. || V.DALE [1872 ®]. - De Epidemie van 1557. was pestilentiaal, uit de Pest-builen en andere kwaadaartige toevallen kennelyk; op schraal gewas, gebrek aan en duurte van koorn, (als naar gewoonte volgende) te Voorburg eerst ontsteeken, en van daar door de Warmoeseniers en Zandschippers overgebragt, Verh. Holl. Maatsch. Weet. 18, 204 [1778]. De warmoeseniers van Parijs maken die werkende klasse uit, welke men als de werkzaamste, standvastigste en
vreedzaamste van alle ... vermelden kan, Berigten 5, 43 [1847]. De heer Masson, eerste hovenier en warmoezenier der algemeene maatschappij van tuinbouw in Frankrijk, Boeren-Goudmijn 2, 1, 277 [1856]. Hij (stal) den schoonsten komkommer toen wij langs een warmoezenier voorbij gingen, V.D. WOESTIJNE, Janus 271 [1908].
Afl. - Warmoezenierster. || V. DALE [1872 ®]. Samenst. - Warmoezeniersland. || Dat sedert eenige jaaren herwaards ... de
jagers met hare honden sig niet ontsien hebben ... van in omheynde hoven en warmoeseniers landen, door de heggen door te barsten enz., Placaatb. v. Utr. 3, 417 a [1727]. De gronden tusschen den muur van het octrooi en de nieuwe omwalling kan men in twee klassen verdeelen; tot de erste behooren die gronden, welke sedert lang als warmoeseniersland bebouwd, als goede gronden bekend ... zijn, Berigten 5, 47 [1847].
- Warmoezenierstuin. || Wij (zullen) in het algemeen de waarde opgeven van de gronden, welke tegenwoordig voor de warmoesenierstuinen te Parijs dienen, Berigten 5, 47 [1847].

WARMOEZIER, znw. m., mv. -s, -en. Mnl.  warmoesier. Thans vrijwel veroud.Vgl. ook WARMOEZENIER.
1) Persoon die groenten teelt voor den verkoop. a) In 't alg. || CURIUS B 3 vº [1538]. SEWEL [1691]. V. DALE [1872 ®]. - Myn naaste Buurman was een Warmoesier, Irus geheeten, die door zynen arbeid een talryk gezin deedt bestaan, Philanthrope 5, 253 [1761]. Toen wy digt by een Warmoezier kwamen, zei zy: "God dank, dat 's zo ver! Hoor, Juffrouw, ik breng je hier by brave menschen", WOLFF en DEKEN, Burg. 626 [1782]. Eene
lyst van de gewoonste soorten (moeskruiden), welke een Warmoesier tot den verkoop teelt, Verh. Maatsch. Landb. 5, 2, 77 [1786]. KOPS, Mag. v. Landb. 5, 447 [1809]. Circulaire aan alle landbouwers en warmoeziers in Nederland, Boeren-Goudmijn 6, 2, 147 [1860]. - In fig. verband. || Desen gesegenden Acker, die Redes hovenier so neerstelijk gebouwt, soo sorchvuldichlijk ghewiedt heeft: beslaet in de landouwe van dit boekjen al eenige velden, ...: Het is daer ope[n] hof, hy
pluck die wil, 't is er al ten besten: dan blijfter voor warmoesier noch meer als hy en al de sijn vertieren konnen, GEULINCX, Hooftd. 230 [1667]. - Soms ook in 't bijz. in toep. op pers. die rondom de groote steden  hun tuinen plachten te hebben; zie verder de 2e aanh. || Dat de ... Warmoes Thuynen ten minsten groot sijn 300 Roeden, maer kleynder sijnde als 300 Roeden, sullen de Warmoessiers geen afdackje in de selve vermogen te maken, Handv. v. Amst. 1010 b [1666]. Warmoeziers. Zyn zeker soort van Tuiniers, die rondtom de grote Steden plegen te wonen, die in hunne Tuintjes, of ope landen, anders niet planten dan Koolen, Erten, Bonen, die ze dagelyks op de Markten, of langs de straten te koop brengen, CHOMEL [ed. 1743].
b) In toep. met den nadruk op de functie van groenteteler;  tuinder. || Onder de Roode (kool) heeft men twee soorten: Een groote soort, die niet hoog op struik rondbollig groeit; welkers bladen dikker, niet zoo vast, en de struik grooter zyn: dit soort word meest van onze Warmoeziers geteelt, DE LA COURT V.D. VOORT, Landh. 339 [1737]. Geen Gilde-Broeder of Gilde-Zuster (zal) voor Tuynders of Warmoeziers mogen werken enz., Keuren v. Haerlem 2, 206 b [1750]. Zulke gemeste Aarden zyn voornaamlyk die der Warmoezieren, welken den Koemest 's jaarlyks ... door hunne Teellanden mengen, BERKHEY, N.H. 2, 656 [1770]. Nu zal ik u verslag doen van myn Bezoek by den Warmoezier. Ik ging er deezen namiddag heen. De vrouw was bezig met groentens te wassen ...; de man was in den Tuin, WOLFF en DEKEN, Burg. 705 [1782].
c) In toep. met den nadruk op de functie van groenteverkooper, die  de groente bep. aan particulieren verkoopt; groenteboer. || Handv. v. Amst. 794 a [1717]. Dat mede geen Warmoeziers, Tuynders, midsgaders Appel- en Ooft-Verkoopers, onder den Vrydom deezer Stad, of daar buyten, hunne Groenten, Aard- en Boom-Vruchten, binnen deeze Stad zullen vermogen in te
voeren ..., als in heele of halve Manden, die alhier gemaakt zyn, Keuren v. Haerlem 2, 206 a [1750]. V. MIERIS, Beschr. v. Leiden 2, 525 b [1770]. Men moet ... alle de kleine artisjokken afsnyden, die uit de zyde van de stengen der artisjokken zyn voortgekomen ...: deze noemen de tuiniers zuigers, en worden van de warmoesiers, in bosjes gebonden, ter markt gebragt,
MILLER-BASTER, Tuin-Oefeningen 123 [c. 1800].
- De warmoeziers verkochten hun producten ook wel aan wederverkoopers. || De Warmoesiers (sullen) de Salade, en Concommers, aen de Verkoopers, en Verkoopsters, die met Stallen voorstaen, op een redelyke prijs verkoopen, Keuren v. Rott. 4, 268 [1720]. 2) Groenteventer, -boer; wederverkooper van niet door hemzelf geteelde groenten. || De slagersjongens overheerschten, maar ook de warmoeziers ... waren zeer velen, COUPERUS, Kl. Z. 2, 5 [1901]. Afl. - Warmoezierderij. 1º. Groentekweekerij, tuinderij;  bedrijf waar men groenten teelt. || Alfen, en Rietveld, mede in Holland, is een Ambagt Dorp en Streek onder 't Hoog-baljuwschap van Rynland. Men vind 'er veele Lusthooven, Warmoezierderyën, en ook eenige Voogelkooien, Koopman 2, 82 [1770]. De Mangelwortel, dien ik gebruik, laat Mijn Heer voortbrengen op zijne warmoezierderijen nabij Amsterdam, in zware klei, Verh. Maatsch. Landb. 15, 3, 9 [1812]. Geen spoor is meer te vinden van die met zoo veel welbehagen bezongen eiken en elzen: - men heeft van de lustplaats des dichters (t.w. Huygens' Hofwijck) een warmoezierderij gemaakt, VEEGENS, Hist. Stud. 1, 197 [1874].  2º. Het telen, verbouwen van groenten. || De warmoezierderij in den omtrek van Parijs heeft ... een' zeer grooten omvang en belangrijkheid verkregen, Volksvlijt 1878, 179 [1878]. - Warmoezieren, (ww.) groenten telen voor den verkoop. || Dit laatste (handwerk) kan, in eene vesting, gemakkelijk, op eene voor den soldaat even aangename als nuttige manier geschieden, door het warmoezieren, Nat. Verh.
Holl. Maatsch. Wet. 9, 38 [1819]. Den invloed van de martplaats zien wij echter duidelyk in het plaats maken, naby de steden, van landbouw voor een min of meer verfynd warmoezieren, dat bovendien aangemoedigd wordt door de
vele handen en de ruime hoeveelheid mest, waarover aldaar beschikt kan worden, Ber. Geld. Maatsch. Landb. 1849, 115 [1849]. - Warmoezierster. || DES ROCHES [1769]. V. DALE [1872 ®]. - HUYDECOPER, Pr. 2, 436 [1784].
Samenst. - Warmoeziersgilde. || Buyten de Marktdagen, vermag niemand binnen dese Stad ... eenige Warmoesiers Waren te verkoopen, dan die van het Warmoesiers-Gilde is, Keuren v. Rott. 4, 265 [1720]. Deken en Hoofdluiden van het Warmoesiersgilde, N. Ned. Jaerb. 1780, 748 [1780].
- Warmoeziersgrond. || De warmoeziers-gronden komen hoofdzakelijk in de nabijheid van meer of minder aanzienlijke steden voor, waar derzelver voortbrengselen gemakkelijk en met een aanzienlijk voordeel verkocht kunnen worden, ENKLAAR, Handb. Landb. 14 [1854]. - Warmoeziersland. || De hoos (liep) over eenig laeg geboomte en Warmoeziers-land heen; zonder eenige verwoesting aan te regtten, Verh. Holl. Maatsch. Weet. 19, 3, 94 [1780]. Drie morgen puik best Weiland ..., zeer
geschikt voor ... warmoeziersland, Weekbl. v. Bloembollencult. 20, 61 b [1909].
- Warmoeziersschuit. || Dat de Warmoeziers-Schuyten, hier ter Stede ter Markt komende, en welke des Avonds voor de Markt daar binnen zullen komen, zullen moeten komen leggen en blyven leggen in de Oude Gracht, Keuren v. Haerlem 2, 342 a [1749].
- Warmoezierswagen, groentewagen, -kar. || Het rammelen van de warmoezierwagens, COUPERUS, Kl. Z. 2, 8 [1901].
- Warmoezierswoning. || Te Heemstede ... verkocht men in 1854 2.20 bunders tuingrond met een daarbij behoorende warmoezierswoning, die dertig jaren geleden voor f 1700 waren overgenomen, voor f 14500, Boeren-Goudmijn 2, 1,
35 [1856].


Wat is 'broederschap'.

1) In de R.-C. Kerk. Vereeniging van geestelijken en leeken, door de kerkelijke overheid opgericht of althans goedgekeurd, ten doel hebbende geestelijke ontwikkeling harer leden door het beoefenen van bijzondere werken van godsvrucht en liefde. Verg. BROEDER, 4) en GILD, 1). || De Broederschap des gemeenen levens (aº. 1899). De Illustre O. L. V. Broederschap te 's-Hertogenbosch (aº. 1899). De Broederschap van de Zeven
Weeën der Heilige Maagd, - van den Zaligen Dood, - van het H. Hart van Jezus, - van gedurige aanbidding, - van den St.-Pieterspenning (aº. 1899). Eene broederschap oprichten, instellen, goedkeuren (aº. 1899). Aan eene broederschap aflaten verleenen (aº. 1899). - De Broederschap van Mariâs Roozekrans, rozenhoed, MARIN . - Dat wy ... hebben tselue broederschap ende gilde van den gebenediden naeme Jhesus, ofte aermen Christi tot Leuwarden... toeghelaeten ... ende geuesticht enz., Friesch Placaatb. 3, 146 b (aº. 1548). Wy (verbieden) ... Kercken, Cappellen ofte Fondatien, Broederschappen, Corpora, geestelycke ofte weirellycke Gemeynschappen ... op te rechten ofte stigten sonder Ons consent, Vl. Placaertb. 5, 11 (aº. 1753). "Het (is) dezen morgen Kamer ... van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw.
Gaat gij niet mede?" ... "Ik ben geen lid meer, ... Iemand ..., gelijk ik, ... mag met geene flambouw in de processie meer loopen", CONSC. 3, 367 a . De pastoor der Sint-Jacobskerk met zynen koster, beiden in kerkgewaed en van het broederschap der Beregting met brandende flambeeuwen vergezeld, DELCROIX, Morgend, m. e. a. 118 . Hij ... maakt deel van een aantal broederschappen, alsmede van eene handboogmaatschappij, SLEECKX 12, 73 . Op eenige plaatsen bestaan broederschappen van den grooten schutspatroon (t. w.
van St.-Huibrecht); het lidmaatschap is genoegzaam om beveiligd te zijn tegen de dolle honden, DE COCK, Volksgeneesk. 326 . Ic verdien aflaet, ick ga pelgrymage, Ick leene tvolck gout, siluer om goe gage, In veel broerschapen staet mijnen naem geschreuen, Gentsche Sp. 400 .


Wat is een zandvormer?

Een zandvormer maakt met behulp van zand mallen tbv van een
ijzergieterij in elke plaats waar een ijzergieterij stond.

Dat is iemand die in een metaalgieterij in vochtig zand een gietmal
maakt, bijvoorbeeld voor een klok of een stuk hekwerk. De mal werdmeestal gemaakt door een houten voorbeeld in het zand te duwen. Na enig drogen kon er vloeibaar metaal in worden gegoten.


Wat is een Zoutzieder?

Uit van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal:
Zoutzieder, zoutziederij = 1. het bereiden van zout door indamping. 2. bedrijf en werkplaats van de zoutzieder.
Uit Het Woordenboek der Nederlandsche Taal:
ZOUTZIEDER, znw. m., mv. -s. Uit zout (I) en  zieden met -er (VII). Vorming met zieder is  onwaarschijnlijk daar dit woord slechts vanaf eenige 19de-e. wdb. wordt  aangetroffen. Mnl. soutsieder.) Hij die keukenzout produceert of raffineert door het koken en indampen van (geconcentreerde) pekel, waardoor het opgeloste zout kristalliseert; eigenaar van een zoutziederij. || KRAMER [1719]. V. DALE [1872 ®]. - Alzoe te presumeren es, dat die van Reymerswale ende andere panneluyden en de zoutzieders in Zeellant huerlieder singulier proffijt hierinne soecken, dies ordonneert de coninck by desen denselven van zyne steden van Reymerswale ende andere, vryheyt van thol genyetende, besonders den voirscr. van Reymerswale ..., dat zy hen wachten eenich bedroch by simulate coop oft andere verboden contracten in frauden van des conincx tholle te doen, R.G.P., Kl. S. 29, 121 [1520]. Dat de Soutsieders ofte Panneluyden, voortaen niet en sullen mogen eenich Sout verkoopen, ofte uyt slijten by den Schepel ofte kleyne mate, Gr. Placaetb. 1, 1805 [1601]. Alle Schippers ... die eenig Zout of gezoute Vleesch of Spek vervoeren ... zullen het zelve Zout niet moogen laaden als by de Zoutzieders en Panneluiden, 7, 1332 a [1749]. Ten aanzien der Zoutraffinage meldt het Dep. als eene bijzonderheid, dat in de Zoutziederij van den Heer V., geen moederloog bij de raffinage overblijft, en dat ... er zich noch Ketelsteen, noch zoogenaamd Spek op de pan vormt:
eene bijzonderheid, welke aan de Zoutzieders ten bewijze kan strekken, dat deze groote bezwaren ... kunnen overwonnen worden, Ts. Nijverh. 1849, 1,281. De pannensteen is allernadeeligst voor den zoutzieder; want daar die steenachtige stof een slechte geleider is voor de warmte, zoo verhindert hij de uitwerking van het vuur, Alb. d. Nat. 1861, 1, 108. Om wit zout te maken heeft de zoutzieder klipzout vandoen, Biekorf 12, 209 [1901]. Samenst. Zoutziedersgilde. || Van de evengemelde Verandering in de Zoutziedery schynt ook herkomstig, zekere Drinkleuze of Voorwaarde by die van 't Zoutzieders- of Panneluiden-Gilde gebruiklyk, Zout van Zout geen erger Zilte, Teg. St. d. Ver. Ned. 9, 376 [1751].


Lidmaten

Lidmaten zijn de "leden" van de protestantse kerk. Wie lidmaat wil worden moet daarvoor zijn/haar belijdenis doen (een soort examen). Als je bent aangenomen op belijdenis, dan betekent dit dus dat je het examen in die gemeente met goed gevolg hebt afgelegd en dat je dus lidmaat mag worden.
Wie van een andere plaats afkomstig is, en daar zijn/haar belijdenis al heeft gedaan, kan bij het verhuizen een soort van bewijs meekrijgen (attestatie). Bij de nieuwe gemeente lever je dit bewijs in, zodat men weet dat je lidmaat mag zijn.
Het heeft dus te maken met het opgenomen worden in de kerk, en in principe niet met tijdelijk ergens gaan wonen. Wel kun je in de lidmatenregisters zien waar mensen vandaan komen of waarheen ze gaan, als de attestaties erbij vermeld zijn.
Ik ben zelf opgegroeid in het katholieke zuiden, dus het kan best zijn dat ik met deze uitleg erg kort door de bocht ga. Maar dan word ik vast bijgestuurd door andere leden van deze groep

Uit "Het Woordenboek der Nederlandsche Taal"
Trefwoord: belijdenis.
b) In Protestantsche kerkgenootschappen: plechtige verklaring, na voorafgaand godsdienstonderwijs, en na onderzoek vanwege den kerkeraad, dat men de leerstellingen van een bepaald kerkgenootschap aanneemt, waarna men als lidmaat kan worden bevestigd. || Gij zegendet den dag van uw belijdenis, TER HAAR, Ged. 2, 164 . Trefwoord: attestatie.
3) In de Hervormde Kerk. Verklaring, gegeven door den kerekraad een er gemeente ten behoeve van een lid dier gemeente dat naar elders vertrekt, en waarbij gezegd wordt dat het genoemde lid in geloof en wandel onergerlijk is. || Eene attestatie aanvragen. - Lieden ..., welken men hunne Attestatie
weigert, om dat ... zy niet zuiver in de leer zyn, Leev. 6, 74.
Trefwoord: lidmaat. Vandaar wordt hij (zij) die tot een christelijke, met name een protestantsche, kerk behoort, lidmaat van die kerk genoemd. In de Nederlandsche Hervormde Kerk wordt heden ten dage onderscheid gemaakt tusschen lid en lidmaat: alleen wie geloofsbelijdenis heeft afgelegd is lidmaat. || Lidmaat ... iemand die belijdenis van den kristelijken Godsdienst gedaan heeft, WEIL. - Een levendich Lidmaet van de Strijdende
Kercke Godts op deser Aerden, SPRANKHUISEN 8, 78 a. Schoon ik reeds meer dan twee jaaren Lidmaat der Christelyke Gemeente geweest ben, Denker 2, 193. Ik geloof als nog, dat het voor de laagste classe des volks, nog beter is, lidmaat te zijn van eene kerk, wier leerstukken zij alleenlijk uit het geheugen kennen, dan tot geene kerk ... te behooren, Wildsch. 5, 325. Bij
het afnemen der belijdenis zal niemand als lidmaat worden toegelaten, bij aldien hij volstrekte onkunde in de bijbelgeschiedenis mogt laten blijken, Bijv. Stbl. 1816, blz. 434. Hier woonde zij nog als eene lidmate der remonstrantschhervormde gemeente in het jaar 1719, YPEY en DERMOUT, Gesch. d. N. H. Kerk 3, 118 (zie ook TEN BRINK, Rom. 5, 29). De aangenomen en bevestigde lidmaat, Kerk. Wetb. (ed. KNOTTENB.)3 109 b. Voorheen werd soms ledemaat als enkelvoudsvorm gebruikt. || Is het my onmogelyk Leeraar, en zelfs Lid te zyn der Gemeente, waar in ik ben geboren en opgevoed, ik zal my vergenoegen met Leeraar of zelfs Ledemaat te wezen van die Gezinte ..., met welke myne gedagten zig het best zullen vlyen kunnen, V. EFFEN, Spect. 12, 179 (zie ook 9, 40). Dat gy, ma Tante ... uw Neef ... gaarn in eene deftiger famille zien zoudt, is billyk, ook als eene Ledemaate dier Gemeente, die zo gaarn het ouwe famillegeld onder de haaren houdt, Blank. 38. In den, thans alleen gebruikelijken, meervoudsvorm lidmaten. || De ghene, die zulcx ghezint zijn, hauden zij (de Protestanten) voor waerachtighe lidtmaten van haerder keercken, V. VAERNEWIJCK, Ber. T. 2, 87. Datse (onze kinderen) in Christo geheylight zijn, ende daerom als lidtmaten syner Gemeynte behooren gedoopt te wesen, Catech. aº. 1639, 82 (Form. v. d. H. Doop). Lidmaten der Hervormde kerk, Bijv. Stbl. 1816, blz. 437. Tot lidmaten eener gemeente had hij zijne kinderen doen aannemen, POTGIETER 1, 133.
Stemgerechtigde leden eener gemeente zijn alle manslidmaten, die ..., hetzij bij den kerkeraad geloofsbelijdenis hebben afgelegd, hetzij op ingediende attestatie of bewijs van lidmaatschap als lidmaten der gemeente erkend zijn, Kerk. Wetb. (ed. KNOTTENB.)3 5 b. Lidmaten en leden der gemeente, 13 b.


Latijns....

1. Eerst worden de peet ouders genoemd en dan volgt:  "Quonem vices supplevit" plus de naam van een oom en tante - vertaald als: "hebben de plaats ingenomen" (van de peet ouders?)

2. "Post vidie" vertaald als: "gestorven onmiddelijk na de geboorte."

3. "Quem susceperum Wilhelmus P and Anna B." vertaald als: hebben ten doop gehouden; zijn peter en meter.

Ik kan echter geen vertaling vinden voor:
"Johannes L. en Anna B. quonem vices supplevit Johannes T. uscor patrini et avis prosis exparte via evis.

"oom" is 'patruus", maar "patrinus" is de "peetvader".
Dat maakt de verklaring direct een stuk gemakkelijker.
De "uxor patrini" is dan dus de vrouw van de peetvader. Ik dacht aan twee personen, die de eerstgenoemde vervingen, maar het zal er toch één zijn; daarvoor spreekt het enkelvoud "supplevit" en het feit dat er ook maar één naam staat. Dat moet dan wel "Johanna" zijn, "uxor" is echtgenote, zij is dus de vrouw van Johannes L. Maar in plaats van "grootvader" moet het "grootmoeder" zijn, oftewel in het Latijn "avia", dus
 "Johannes L. en Anna B., quorum vices supplevit Johanna T. uxor  patrini et avia prolis ex parte matris".

Johannes L. en Anna B., van wie (beiden) de plaats innam Johanna T., echtgenote van de peetvader en grootmoeder van het kind van moederskant.
"quorum" is meervoud, enkelvoud zou "cuius" zijn; aangezien jij "quonem" had gelezen moet het wel het eerste zijn. Dus Johanna verving beiden. Mee eens?


Was was een vicarius

Was was een vicarius in de RoomsKatholieke Kerk, was dit een
plaatsvervangend priester? En mocht deze vicarius dan wel getrouwd zijn?

Een Vicaris (Vicarius = latijnse versie) is een hoge geestelijke die b.v. door de Paus gemachtigd, bepaalde zaken op orde brengt (denk daarbij aan b.v. missie gebieden). Hij is dus een geestelijke en zeker niet getrouwd.

Volgens mij is een vicarius vooral een plaatsvervanger... op allerlei niveau's. Zo heb je ook een vicarius in een parochie die plaatsvervanger van de pastoor is. Het is wel altijd een geestelijke, die dus niet gehuwd kan zijn.
Maar misschien heeft de pastoor vicarius vertaald, terwijl vicar terug gaat naar de engelse betekenis. En daar zijn in de Anglicaanse kerk de priesters wel gehuwd. Weet je of de man van engeland afkomstig is? Vissing kan immers
ook een vertaling van een engelse naam zijn.

Uit: Het Woordenboek der Nederlandsche Taal:
c) Plaatsvervanger van een pastoor; hulppastoor. || De Pausen overneerstich zijnde in den Gheltoogst, verworpen dien seer Apostolischen arbeydt op de Bisschoppen: de Bisschoppen, op de Pastooren: de Pastooren, op de Vicarijsen: de Vicarijsen, op de Mendicanten, ERASMUS, Sotheyt 104 vº [vert. 1560]. Er zijn ... in sommige kluften, tienden of buurtschappen kapellen
getimmerd, die bediend worden door een aan den Pastoor ondergeschikten Vicaris, een Kapellaan, wiens rang met dien van den Tienman of Deken overeenkomt, HOFDIJK, Voorgesl. 2, 90 [1860]. De werkelijk benoemden (t. w. onder de geestelijken in de middeleeuwen) ontvingen titel en inkomsten en voor een aanmerkelijk geringere beloning deed een vicaris de dienst, V. D.
WOUDE, Joh. Busch 12 [1947]. Einde uittreksel.
In het Frans: vicaire, kapelaan Ook praemissarius geheten: eerste-mislezer=kapelaan. Of hij getrouwd mocht zijn?
In de tweede helft van de zestiende eeuw leefden  veel R.K. priesters in concubinaat.


Wat is een klapwaker:een functibeschrijving van de Klapwaker"" van Hellendoorn:

"De klapwaker moet gedurende de maanden october,
november,december,januari,februari en maart van 's avonds elf tot 's morgens vier uur en de overige maanden van het jaar van 's avonds elf uur tot 's morgens drie uur op de wacht zijn. Behalve met de klep, zal hij gewapend zijn met een goede stok, om daarmee zo nodig tegen onbetrouwbare elementen
op te treden.

Hij zal iedere avond om 11 uur, te rekenen naar het Dorpsuurwerk,(het uurwerk in de toren van de kerk), of bij gebreke daarvan, naar de ware tijd de grote klok ten minste 5 minuten goed hoorbaar moeten luiden, alsook in de morgenstond na het doen van de laatste ronde, dus in de zomer maanden om
drie uur 's morgens en in de winter maanden om vier uur 's morgens. Verder moet hij de de klep slaan en het uur aankondigen bij de huizen van den Wed Janssen, Tromp, H. van den Berg, A.J. Ninaber, op de hoek bij H.Flim,Erven
wolterink, op de hoek bij Kamperman, Arend Jan ter Hoek, Harmen Kremer, J.L.Veening, G.H. Tijhuis, G.Olthof, H.D.van Corbach, Ds.Coning Liefsting, J Valk, H.Harbers en W.A.te Wechel.

Te beginnen 's avonds om elf uur en zo elk uur van de nacht de ronde doen, waarbij hij telkens met alle nauwkeurigheid moet letten op diefstal, vreemde of vagebonderende personen en hij moest in de gaten houden of er soms handelingen werden verricht die strijdig waren met het bestaande reglement omtrent de handeling van vuur en licht Vooral asgaten en kuilen alsmede
brandende lantaarns waren zijn doelwit. Bij het ontdekken van brand moet hij dadelijk de alarmklok luiden, onophoudelijk de klep roeren, brand roepen, brandmeesters alsook de leden van de Raad der gemeente en de veldwachter in het dorp wekken en alle ten dienste staande middelen aanwenden om 't onheil ruchtbaar te maken. Op de foto rechts ziet u het brandspuithuisje waarin de nachtwaker tussen twee ronden in 's nachts uitrustte.

Hij zal voorts alle voormelde vreemde- of vagebonderende personen aanhouden en opbrengenbij de veldwachter, terwijl hij alle overtredingen, betrekking hebbende op de behandeling van vuur en licht, onmiddelijk voor de volgende middag 12 uur aan de Burgemeester schriftelijk zal moeten melden. Deed de waker niet wat er van hem werd verwacht dan stond hem tijdelijke
dienstontzegging te wachten en bij herhaling zelfs afzetting als nachtwaker.
Burgemeester en Wethouders zouden nauwkeurig de handelingen van de nacht- of klepwaker gadeslaan."

---

Een klapwaker was een klepperman, die voorzien van een zg. klap(per) of
klep(per) in de stad de wacht hield en/of gebouwen bewaakte


Wat is een verponding / resolutie

Volgens van Dale is " verponding " de schatting in ponden (geldswaarde) 1.belasting, eertijds geheven op onroerende goederen; - (in Ind.) grondbelasting op gronden waarvoor titels van eigendom bestonden. 2. schatting die verschuldigd was voor de aanslag in bede (= plechtig verzoek om geld) of de bijdrage voor de quote (= evenredig deel dat ieder heeft bij
te dragen in algemene onkosten). kohier = een register, een belastingregister.
Volgens van Dale is resolutie: overheidsbesluit. 1. besluit van een
overheid, van een ambtelijk college of een hoge functionaris; - m.n. als naam voor de besluiten genomen ter vergadering van de Provinciale Staten en de Staten-Generaal ten tijde van de Republiek. 2. gerechtelijke uitspraak die buiten de normale rechtsbedeling om werd gedaan. 3. in een vergadering
aangenomen conclusie waarin zij haar mening omtrent een voorgestelde kwestie formuleert. 4.  vastberadenheid. 5. (informatica) bij het elektronisch aftasten en kwantificeren van een te digitaliseren voorwerp te hanteren maat. 6. (chem.) scheiding van een racemisch mengsel in de afzonderlijke enatiomeren.
Met één van de eerste drie verklaringen voor "resolutie" is het U allicht mogelijk aan de woordgroep "vermelding in resolutie" een zinvolle betekenis te geven.


Wat is een Ruilenbuiter?

Een ruilenbuiter was iemand die door middel van ruilhandel aan de spullen kwam die hij nodig had. Ik kom het betreffende beroep veelvuldig tegen in de 19e eeuw bij de familie Kwarten uit Asten. Dit beroep kwam vaak voor bij de
lagere sociale klassen (de 'armen').

Als iemand nog een omschrijving uit een woordenboek vindt, dus een goede
definitie, ben ik daar ook wel benieuwd naar.

Het WNT weet meestal raad met dit soort woorden, zo ook nu weer
gelukkig. De exacte WNT-omschrijving is:

RUILEBUITEN - in de volkstaal RUILEBUILEN -, onz. en bedr. zw. ww.
Koppeling uit Ruilen (I) en Buiten (II) naast de verbinding Ruilen en buiten (zie bij RUILEN (I), II, 2); verg. de synonieme koppelingen kuitebuiten, kuitjebuiten en kuitemuiten (zie Dl. VIII, 534). Fri.rulebutsje, ruallebutsje.
I) Onz. Ruilen, kwanselen, ruilhandel drijven. || Ruilebuiten. Troquer au hazard, ravauder, HALMA. - Het is een prullekooper die niets doet dan ruilebuiten, MARIN. - Ik swerf niet over zee als een gretig koopman, om met ruile buiten oneindige rijkdommen te vergaderen, VALENTIJN, Ovid. 3, 147. Van daar zeilde hy voort ..., zag volk aan strand, zond daar op
eenige luiden aan land om te ruilebuiten, VALENTIJN, O.-I. I, 1, 88 b. Zy kregen daar praauwen, en volk met tulbanden ... by zich, die met hen ruilebuitten, I, 1, 203 a. Ik ben een Smous en handelaar, Verkoop Tabak,
voor geld of waar: Ik ruylenbuyt in Lombardyen; En schagger op de slegtste tyen, V. D. BERG, Winkel en Luyfen Banq. 20 (opschrift: In
Lombardyen). II) Bedr. Ruilen, verkwanselen. || Weevers ..., Ruilebuitend spoel, en web, By den Lombardier Alheb, SIX V. CHAND. 211. Zint de Zuurdeessem der Italiaanse Phaariseên zig uytspreide in het Paasbroot der Chineese
Tollenaaren, ruylebuyte Roomen zyn Hemelgloben voor de Comeetstar der
Aarde, V. SWAANENBURG, Momus 26.
Afl. Ruilebuit, goed waarin men ruilhandel drijft, dat men verkwanselt. || Wat dunckt-je van haer Beste-Vaer? Die liep gelijck een halve Guyt,
Met Meulens en met Ruyle-buyt, Hier ist nu op sijn Ienefoys, Met Porceleyn, en alle moys, BAARDT, Deugden-Spoor 365. 'k Ben met die
ruilebuit Wel in myn schik, ik ruil een daalder voor een duit! V.ELVERVELT, Verstandzoekster 5.- Ruilebuiter, koopman die ruilhandel drijft, kwanselaar. ||
Ruilebuiter. ... Troqueur, ravaudeur, HALMA. Ruilebuiter, kwanselaar, Troqueur, MARIN. Ruilebuilder ... Voddenkooper. Een kleine koopman, die geen bedrijfskapitaal heeft. ... Eigenlijk kleine koopman, die ruilhandel drijft, V. D. WATER, Volkst. Bommelerw. - Gisteren stond van het gerechtshof te den Bosch in hooger beroep te recht G. F. v. E., oud
19 jaren, ruilebuiter, geboren te Uden, laatstelijk gewoond hebbende te Maarheeze, Leidsch Dagbl. v. 21 April 1899. Een achttiendeeuwschen knop,
welken hij bij een ruilebuiter van de Blaesstraat voor den prijs van een half dozijn broekgespen had aangekocht, TEIRLINCK, Ivoren Aapje 395. - Ruilebuiting, het ruilebuiten, ruilhandel drijven, ruilen, kwanselen. || Kwantselaary, Ruilebuiting, MARIN. - Ruilebuitster, koopvrouw die ruilhandel drijft, kwanselaarster. || Ruilebuitster. ... Troqueuse, ravaudeuse, HALMA.


Er zijn verschillende mogelijkeden voor wat betreft de naamgeving van families.
Een ervan is de vernoeming naar het beroep (denk aan Timmerman, de Boer,etc)
Een ander is naar de plaats waar ze woonden (Rodenburg, van IJmuiden) hoewel dit veelal gepaard gaat met de adelijk stand.
De volgende is simpelweg naar de naam van de vader (Willems, Janssen).Ten slot (misschien zijn er nog wel meer), naar het landgoed  (erve, stede, caterstede) waar men woonde, of ging wonen. Dit laastste maakt het soms nogal moeilijk om een familie te traceren, omdat naams veranderingen tamelijk normaal waren.
De burgelijke stand zoals wij die nu kennen is in Nederland door Napoleon in gevoerd, te weten in 1810/1811.
Hierdoor waren naamsveranderingen niet meer zonder meer mogelijk en zijn personen vanaf die tijd relatief makkelijk te traceren. Dus voor die tijd waren familie namen wel degelijk aanwezig, maar was men daar niet zo strikt
in.


Trouwen in de gesloten tijd

Het WNT meldt over de open tijd (i.t.t. de besloten tijd; 'gesloten tijd' werd/wordt vooral in de jacht gebruikt):
"Bij de Roomsch-Katholieken. Tijd waarop het plechtig sluiten van huwelijken en het vieren van bruiloften geoorloofd is, t. w. van
Driekoningen tot Aschdag en van den eersten Zondag na Paschen tot den eersten Zondag in den Advent (verg. ook MATTHIJSSEN, Rechtsb. v. d. Briel, 159). Thans is de benaming open tijd ongebruikelijk; men spreekt alleen van besloten tijd, ter aanduiding van de tijden waarop dit
plechtig vieren niet mag geschieden. || Open tijd. Tempus ab epiphania Domini, usque ad diem Cinerum, quo solennitates nuptiarum celebrantur,
KIL. (welke omschrijving dus onvolledig is)."

En verder meldt dit:
"De kerkelijke wet maakt, zooals men weet, voor weduwen en weduwnaren
eene uitzondering en zegent hunne vereeniging ook in den besloten tijd
van Vasten of Advent, LOVELING, D. E. 55 [1891]"

En:
"4) Besloten tijd, een tijd waarbinnen zekere handelingen niet mogen
plaats hebben, in verschillende toepassingen (verg. OPEN, Dl. XI, kol. 517). (...)
Bij de Roomsch-Catholieken. De tijd waarbinnen het plechtig sluiten van huwelijken en het vieren van bruiloften niet geoorloofd is; verg. open tijd (t. a. pl.). || Besloten tijd, tempus clausum, tempus quo solennitates nuptiarum prohibentur, KIL. ."
 
Dus tempus clausum is in ieder geval deze besloten (gesloten) tijd.


Wat is een Aanspreker?

De aanspreker was de persoon die het dorp rond ging om aan te kondigen dat
iemand was overleden. Hij ging vaak in de directe omgeving van de overledene
van deur tot deur, ook omdat de naaste geburen e.e.a. te regelen hadden
(voortvloeiend uit de burenplicht), en naar anderen die voor de begrafenis
waren uitgenodigd. Deze mensen werden aangesproken, hier in Brabant ook wel
"gebid" genoemd. Vandaar dat wij de aanspreker ook wel "doodsbidder" noemen.

Een ander woord voor "aanspreker" is "leedaanzegger".
Het is een persoon die het overlijden "aanspreekt".
Bij familie, buren en kennissen verteld dat iemand is overleden

Herkenning.....

In friesland heet zo'n persoon een 'leedoansizzer'.
Dan deed je niets vermoedend de voordeur open en dan
stond daar een man in een zwart pak met een hoge hoed
in de hand. Hij begon dan meteen z'n verhaal te doen bv:
'Heden den 2de april in het jaar onzer Heeren 2001 deel ik
u mede namens de fam.......dat is overleden......enz.enz.
Als je in een lange straat woonde dan kende je de overledene
soms helemaal niet!
Als ie klaar was zette hij zijn hoed weer op en vertrok
naar de buren.

Nog een ander woord voor dezelfde functie? Kraai. Dit vanwege de zwarte kleding en (hoge) zwarte hoed.

In Loppersum (Groningen) heette begin 1900 zo'n persoon "leedaanzegger". Mijn grootvader combineerde dat mijn zijn beroep van kruidenier en koppelbaas

Zo omschrijft van Dale het woord in het "Groot woordenboek der Nederlandse Taal":
aanspreker, aanspreekster, persoon die de familie en vrienden van een overledene ter begrafenis nodigt, diens dood aan de huizen aanzegt en verder met de bediening der begrafenis belast is, syn. bidder, doodbidder, lijkbidder.

En in "Het Woordenboek der Nederlandsche Taal" staat daarover het volgende:

AANSPREKER, znw. m., mv. -sprekers.  Eigenlijk in 't algemeen degeen die aanspreekt; doch in al de beteekenissen van het ww. is Aanspreker in onbruik geraakt, sedert het door 't gebruik uitsluitend geijkt werd in de bet. bedr.
I, 3), als benaming der personen, die de familie en vrienden van een
overledene ter begrafenis noodigen, diens dood aan de huizen aanzeggen en verder met de geheele bediening der begrafenis belast zijn; ook Noodigers, Lijkbidders, Groefbidders, Bidders of Leedaanzeggers genoemd. || Een aanspreker ter begrafenis. Het Aansprekers-oproer te Amsterdam (1696). - Een zeker slag van dienstbare geesten, die men in deze stadt Aansprekers, en
elders Bidders noemt, V. EFFEN, Spect. 3, 9. De Aanspreekers ... zouden in 't zwart gekleed moeten zyn, met mantels, beffen, lamfers van ééne lengte, en handschoenen, WAGEN. Amst. 1, 711.
- Zegsw. Zweeten als een aanspreker.

AANSPREKER. (Supp.) - 1) Degeen die iemand aanspreekt. In dit gebruik niet gewoon, maar niet geheel in onbruik. || Aensprekers inden morgen Moet ick ter taele staen, en deelen in haer' sorgen, En helpense te recht soo veel recht lijden kan, HUYGENS, Cluysw. 19 [1683]. Zo'n titulatuur pleegt zich niet door te zetten, wanneer de drager ervan daarin niet graag voorgaat en de aansprekers niet graag volgen, ROMEIN, Erflaters 4, 187 [1940].
2) Zie Dl. I. || Dat eenen igelijck sijnde Poorter deser Stede sig voortaen tot Aenspreker ter Begrafenissen, ende het doen van de diensten, die daer aen dependeren, sal mogen laten gebruycken, Handv. v. Amst. 977 a [1655].
3) Eischer (V. D. SANDE, Gew. Saecken 1, 45 [1638]).
Samenst. Aansprekerscostuum ("Zoodra ... een barbier het aansprekerscostuum aandeed, trok hij den ouden Adam uit", V. MAURIK, Toen ik nog jong was 221
[1901]).


Boerderijnamen

Kan iemand mij vertellen of er boeken of anderzins informatie is te
verkrijgen hoe het precies in elkaar steekt m.b.t. de verandering van
achternaam als iemand op een andere boerderij komt te wonen.
Dit houdt dus in dat ze volgens mij van achternaam veranderen als ze op een boerderij komen te wonen met een andere naam. is dit inderdaad zo gegaan?????   Periode circa 1730, omgeving Vorden/Hengelo.

Het OTGB (Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderijonderzoek) staat vol van deze verhalen.
Abonnementenadministratie OTGB: Mevrouw Z. Hissink-Kerkdijk, Bloemendalsweg 6, 7429 AL Colmschate. Tel. 0570-651493. Abo kost 30 gulden, bij vooruitbetaling te voldoen (kwartaalsblad). Oude jaargangen zijn eventueel nog te verkrijgen.


  
Nog meer weetjes